RUDY KLOMP - PARAREALIST door  HANS SIZOO.

 

Heden, verleden, toekomst: alle drie hebben ze hun plaats in de visie en in het werk van Rudy Klomp (1941), schilder en objecteur te Enschede. Ze zijn er onderling verbonden en dat in een eenheid die nog heel wat meer omvat dan alleen het aspect van de tijd. De snelste, hoewel slechts indirecte weg naar een zicht op die veelheid is het overzicht in vogelvlucht dat ons geboden wordt door de 80 reproducties in de monografie van 2003, ''Lievde iz un bedrijchde zoord'', over Klomps oeuvre met een inleiding van Clasina Douma wat een veelheid wacht de kijker daar en meer nog: wat een verscheidenheid in die veelheid.

 

Elke pagina die we omslaan wordt gevolgd door de verrassing van alweer een beeld dat verschilt van alles wat vooraf ging. Ook elk van de werken afzonderlijk ontsnapt aan de snelle rubricering in een artistieke vorm. Contrasten van stijl, van schilderkunstige of andere techniek, van voorstelling tegenover abstractie: geen enkel werk laat zich onderbrengen in de overzichtelijkheid van een enkelvoudige stijl. Toch gaat het er kennelijk niet om een spelletje met stijlvormen. Het resultaat van zulke spelletjes - vooral in post-modern geïnspireerde sferen werd het vaak gezien - is meestal van een voorspelbare vlakheid, aangenaam ogend of zelfs dat niet; nooit dreigt het onze rust te verstoren.

 

De contrasten en tegenstrijdigheden in het werk van Klomp verontrusten wel. Als er bij alle raadselachtigheid van de afzonderlijke beelden iets is dat aan geen serieuze kijker kan ontgaan, dan is het dat in deze werken, in dit oeuvre, een kunstenaar aan het woord is die veel, zeer op de lever heeft. Klomp koos en kiest voor het kunstenaarschap om te kunnen uitdrukken wat hij heeft te melden. En dat is inderdaad heel wat. Hij beschikt daarbij over een visuele taal die zowel duidelijk als gevarieerd genoeg is om de boodschap met maximale visuele kracht te articuleren. En met maximale helderheid bovendien. Bij alle complexiteit van vorm en van uitdrukking wordt zijn taal nergens vaag of troebel, nergens suggereert ze mysteriën die er niet ook werkelijk te vinden zullen zijn. Per schilderij zal het beeld de minder ingewijden voorlopig voor raadsels blijven stellen - ook ik kom er lang niet altijd uit - maar het raadsel komt over als zo helder gesteld dat de ontrafeling ervan tenminste een mogelijkheid moet zijn.


De kijker die zich uitgedaagd voelt tot de ontrafeling staat echter voor een taak die hem enige tijd kan bezig houden. Niet dat Klomp aan hem of haar niet ook nog een paar handreikingen deed. De titels van zijn werken ziijn van de bewegwijzerende soort, ze sturen het begrip tenminste een richting op. ''Para - Realisme'', 1976, ''Portret van Marjolein Schaap of Strange fruit of Ein hart de la sunflower of Helping hands'', 1988, ''1996-1998 Winnie (Sorgdrager) wel of win ie niet'', en ''PTSS Kom jij maar met je verhalen over wat jou kon gebeuren en herhaal ze vele malen al die malen mag je treuren'', 1989, - om een willekeurige greep te doen.

 

Sommige werken zijn daarbij binnen het beeld van uitvoerige teksten voorzien terwijl een klein repertoire aan vaststaande symbolen nu en dan een punt van herkenning oplevert. Zulke bakens zijn bijvoorbeeld schematische aanduidingen van de man en de vrouw, een abstracte dubbelvorm, al opduikend in een vroeg werk als ''De Kus'', 1976, die op een harmonie tussen twee partijen kan wijzen en een gestileerde vuist in ''De filosoof of Compositie'', 1978, die wellicht heeft van doen met de bokssport, een bezigheid die, zoals we nog zullen zien, voor Klomp van betekenis was en die dat voor het eigen zelfbeeld nog altijd is. Zulke bakens echter duiken op in een geheel dat blijft uitdagen tot het zoeken en vinden van de betekenissen die er zo duidelijk aanwezig zijn maar vooralsnog tevens verborgen.

Een weg naar de betekenissen in Klomps werk die tenminste de goede richting wijst is een achtergrond van de persoonlijke soort. En deze achtergrond zowel op het vlak van de wereldbeschouwing als op dat van het praktisch ervaren leven. Bij Klomp hangen de twee ten nauwste samen. Niet vanuit een boekje of aan de voeten van een leermeester maar inderdaad vanuit de eigenste en persoonlijkste ervaring werd een eigen zicht op de wereld ontwikkeld. De ervaring was dan ook opmerkelijk genoeg om Klomp tot iets uit te dagen. Een jeugd als oudste en verantwoordelijke zoon in een door de oorlog getraumatiseerd gezin, een leven als matroos op de vrije vaart, twee kampioenschappen in de klasse halfzwaargewicht boksen: het was al achter de rug - en inmiddels was hij alleenstaand vader van twee kinderen - toen ernst werd gemaakt met nog een andere uitdaging die wenkte.

 

Deze uitdaging was de beeldende kunst. Wat Klomp er onder andere vermoedde was de kans voor de vormgeving aan een ervaring van minder aardse aard. Of beter gezegd: van een eigen visie op deze ervaring. De ervaring zelf viel hem ten deel dankzij een gave op het paragnostische vlak. Klomp is op bescheiden schaal mediamiek en hij praktiseerde als magnetiseur. En vooral ziet hij nu en dan beelden voor zijn innerlijke oog verschijnen, zomaar tussen de beelden van het gewone oog door, die kennelijk iets willen beduiden. Achteraf bezien blijken ze te zijn gekomen met een lading van voorspellende aard. Ze ontpoppen zich dan als wijzend naar een toekomst die langs andere weg niet kon worden voorzien.

 

Het waren deze beelden die Klomp inspireerden tot zijn geloof in een eenheid van verleden, heden en toekomst. Immers het voorspellende beeld geeft hem deze eenheid rechtstreeks te ervaren. Bij zulke openbaring knoopt de toekomst zich klaarblijkelijk aan het heden vast en langs deze weg aan het verleden waarmee ieder heden vanzelf al verbonden is. En hoe zouden de drie dan nog als gescheiden werelden kunnen worden gezien.

 

In het geval van Klomp kan zo'n voorspellend beeld heel alledaags van aanzien zijn, zelfs banaal. Toen ik een keer bij hem op bezoek was zag hij mij in een groot wit bed - een teken dat mijn gezondheid gevaar liep. (Het bleek wel mee te vallen, maar inderdaad werd ik enkele weken later geveld door griep.) Zulke beelden verschillen dus zeer van wat werd gezien door bijvoorbeeld de katholieke herderinnetjjes van Fatima en van Lourdes. Volgens Klomp echter zijn zulke verschillen betrekkelijk. Beelden van deze herkomst variëren met de cultuur en het religieuze of andere ervaren van wie het beeld ontvangt. Ze passen zich daarbij als het ware aan. Wat is het geheim van zulke aanpassing? Voor Klomp brachte ze een tweede eenheid in het zicht. Hij spreekt van ''het universele bewustzijn'': een wereld van de geest die de wereld van het gewone zintuig van een allesverbindende tegenkant voorziet en die daarmee nauw blijft verbonden.

 

Voor de meeste mensen opererend vanuit de verborgenheid laat dit bewustzijn aan sommigen, zoals bijvoorbeeld aan Klomp, nu en dan een glimp zien van zichzelf. Het bewijst zich daarmee als verbonden met bewustzijnsinhouden van de direct kenbare wereld. Immers Klomp zelf, met inbegrip van het innerlijke oog dat de beelden ziet, bevindt zich onder ons, niet aan ''gene'' maar juist aan ''deze'' zijde. Voor hem is daarom de grens tussen het individuele menselijke bewustzijn, dat het teken ontvangt, en het universele bewustzijn, dat het teken zendt, een betrekkelijke grens, die met regelmaat wordt overschreden. En dat niet slechts in één richting, zoals we hieronder nog zullen zien.

Van een levenservaring van de soort van Klomp kan geen materialistisch wereldbeeld worden verwacht. Klomp is dan ook een spiritualist. Het bestaan van een geestelijke wereld is voor hem een bijna tastbaar gegeven en het belang van deze wereld ook voor het aardse reilen en zeilen staat hem nadrukkelijk bij. Zonder de samenbindende en verzoenende inwerking van de geest zou in onze wereld de zinvolle samenhang ontbreken. De gewone, materiële wereld zou niet anders zijn dan chaos, toeval, fragment. En het kiezen voor alleen deze wereld belooft ons een toekomst van chaos, toeval, fragment. Het is alleen de geest die een kracht van verbinding is, die perspectief verschaft, die de toekomst met het heden verbinden kan. Daarom is zij het die toeval tot Kans kan maken en de chaos tot het materiaal van een zinrijke vorm. De andere, de materiële wereld moet zich vanuit de geestelijke wereld een plaats laten wijzen wil zij iets meer te betekenen hebben dan alleen de bron van chaos en toeval die zij zonder dit ''leidende '' licht zou zijn.


Aldus de overtuiging van Klomp, de spiritualist - maar de ene spiritualist is de andere spiritualist niet. Klomps werk geeft ons ook dat te bemerken. Anders dan het werk van sommige andere spiritualisten in de kunst - de grote namen zijn hier een Mondriaan, een Kupka, een Barnett Newman - gaat dat van Klomp niet aan de materiële wereld voorbij. Een kunstenaar waarmee hij zich verwant kan weten is daarom eerder de Vlaamse meester Roger Raveel, wiens werk de spirituele wereld huldigt maar tegelijk de zichtbare wereld omvat. Ook het werk van Klomp was nooit alleen maar abstract of anderszins op de wereld van de geest gericht. Zulke beperking zou ook niet stroken met zijn houding tegenover het leven. Het tegendeel van een pilaarheilige is hij zeer op de wereld die hem omringt betrokken: en sommige aspecten van die wereld is hij hartelijk toegedaan.

 

De aanleidingen tot zijn composities komen dan ook van overal: van de mensen in Klomps omgeving, van de actualiteit, van de literatuur en niet in de laatste plaats van de kunst. Normen van hoger of lager, verfijnd of banaal, cultureel of rauw, artistiek of plat worden daarbij niet aangelegd - het gaat erom wat de geest ermee deed of alsnog kan doen. Verwijzingen naar de officieelste kunst kunnen dus samengaan met het schuttingbericht van de Art Brut, Mondriaan met Karel Appel, het vluchtige bericht van de actualiteit met het bericht van Jezus. Een vroeg schilderij als ''Val van Mondriaan'', 1977, getuigt daar nog van. Het fleurt de Mondrianeske geometrie op met een partij van organisch groen, met een ruimtelijk perspectief en met andere aardse ketterij: het rood, geel en blauw van Mondriaan tuimelt ervan uit zijn geheiligd evenwicht. Bovendien blijken de twee werelden, de geestelijke en de materiële, nauwer op elkaar betrokken.

 

Niet voor niets hebben veel van Klomps werken een dubbele titel, waarvan er één telkens Compositie is. ''Het vrolijke DNA of Vrijheid in verantwoordelijkheid of Compositie'', 1987, ''De ''achterkant'' van de tijd'' - Jimi Hendrix - of Compositie'', 1985, ''Ruimtebloem van Pandora of Compositie'', 1980, om nog maar eens drie voorbeelden te noemen. Want al verwijzen ook deze werken naar aardse zaken, mensen of ervaringen, tegelijk gaat het er om de minder aardse, geestelijke tegenkant - om het ''universele bewustzijn'' dat zich in en met de aardse zaken mengt, maar dat zich alleen in de abstracte term van een ''compositie'' laat benaderen.

Zoals iedereen die een eigen visie ontwikkelt staat ook Klomp op de uitkijk naar een bevestiging vanuit de wereld rondom. Deze bereikte hem vanuit uiteenlopende hoeken, telkens met een suggestie van een ''reconquista'': van een herovering voor de geest van een terrein dat lange tijd, met name ook in de tijd van de post-modernistische idee, door het materialistische denken was bezet. Zo is er Richard Dawkins in diens boek The Selfish Gene, een populair-wetenschappelijke bestseller van 1976. Dawkins opperde er zijn idee van de memen. Een meme is een product van het denken of van de cultuur, dat tot snelle imitatie uitnodigt en overleeft in de tijd en in de ruimte. De memen die zich het best lenen voor imitatie houden het daarin het langst uit. Vele memen bij elkaar doen een memenveld ontstaan, een collectief product van de geest dat zijn eigen geestelijke leven kan gaan leiden. Het beïnvloedt ons en onze eigen activiteit op een geestelijk vlak maar deze activiteit levert er ook haar bijdrage aan, met de aanvoer van nieuwe memen.

 

Klomp ziet een samenhang met de uitkomst van een experiment van de Canadese parapsychologen Owen, Owen en Whitton. Dit experiment werd beroemd als Conjuring up Philip wat Klomp in 1975 voor TV zag. Met een groep van medewerkers verzonnen Owen, Owen en Whitton de gestalte Philip, als een man die leefde in het 17de eeuwse Engeland en die daar een leven van avontuur had geleid. Met enkele studenten concentreerden de onderzoekers zich op deze gestalte, in wekelijkse samenkomsten waarin zij elkaar telkens opnieuw het levensverhaal van Philip vertelden. En dat een jaar lang. De verzonnen gestalte werd door al die aandacht althans voor hen tot een bijna tastbare werkelijkheid. Onderwijl werden pogingen gedaan om op de wijze van de spiritisten - rond de bekende dansende tafel - de geest van Philip op te roepen. Na vele vergeefse pogingen lukte dit uiteindelijk. De Fictie was dus werkelijkheid geworden, althans aan gene zijde.

 

Een tweede experiment, nu door Klomps groep l'Homme transcendent, bracht Ilena Quo tot transcendent leven. De memen van Dawkins zijn niet slechts een bemiddelaar geweest maar tevens een verwekker, namelijk van de geboorte aan gene zijde van Philip en Ilena. Klomp verbindt dat geheel met het universele bewustzijn, dat hem de beelden zendt die voor zijn innerlijk oog verschijnen. En hij vond er de term ''Surrationalisme'' voor, een -isme dat ons bewustzijn niet met het onbewuste (als bij de surrealisten) verbindt maar met een ''boven''-bewustzijn. Mochten in de andere wereld Philip en Ilena inderdaad ter wereld zijn gekomen dan bevestigen de twee Klomps idee, dat het verkeer tussen de twee werelden inderdaad een wisselwerking is - het universele en het geestelijke bewustzijn beïnvloedt het individuele en het aardse bewustzijn, maar ook omgekeerd.


En dan is er de visie van de bioloog en biochemicus Rupert Sheldrake, nauw aan die van Dawkins verwant maar dichter naderend tot de wereld van de metafysica. Sheldrake opperde het bestaan en de werking in alle natuur van wat hij noemde: de morfogenetische velden. Hier gaat het om een tegenkant van de materie die de ontwikkeling van het zijnde al sinds de kosmische oerknal, de Big Bang, begeleidt en mede beïnvloedt. Ook de evolutie van het leven op aarde, zoals Darwin deze wees en interpreteerde, was aan die invloed onderhevig en ze is dat nog steeds. Volgens Sheldrake behelst de evolutie dus iets meer dan alleen het product van toeval en selectie dat de darwinistische wetenschapsman er in ziet. Het morfogenetische veld stuurt haar naar een niveau dat complexer en tegelijk ''hoger'' is.

 

Een dergelijke interpretatie van het universele gebeuren loopt parallel aan de visie van de paleontoloog en theoloog Teilhard du Chardin, een visie die inmiddels al bijna een eeuw oud is. Teilhard du Chardin zag hetzelfde universele gebeuren als een ontwikkeling van geest en materie beide, en van de twee in onderlinge verbondenheid, een ontwikkeling die uiteindelijk tot een triomf van de geest zal voeren. Deze triomf wordt in termen van Teilhard du Chardin bereikt in het punt Omega, ofwel een punt waarin de materiële wereld door inwerking van de geest - bij Teihard du Chardin een geest van christelijke liefde - tot volledige harmonie zal zijn gebracht. Klomp kan ten dele meedenken met zulke denkwijzen. Hij las Teilhard du Chardin al in de jaren van zijn militaire dienst en ziet er ook tegenwoordig nog de verre geestverwant in, naast Dawkins (overigens een militante atheïst) en Sheldrake.

 

Zelf ontdekte hij, dat ook 2000 jaar geleden al en toen langs een weg die gezien het ontbreken van de noodzakelijke kennis slechts de weg van de intuïtie kon zijn,een zelfde toekomst werd voorzien, dus het eindpunt dat tevens een nieuw begin zou zijn. De ziener van die verre tijd was Jezus, toen ook deze sprak van een einde van de tegenwoordige tijden en van een nieuw begin. met dat nieuwe begin, volgens de interpretatie van Klomp, bedoelde hij een herschepping van het heelal. Klomp zelf spreekt daarbij van een Big Bang, een punt Omega dat tegelijk een nieuw punt Alpha zal zijn.

Vinden we het bovenstaande ook in het werk van Rudy Klomp? Over Klomps overtuiging betreffende het primaat van de geest laat dit werk ons geen twijfel, getuige bijvoorbeeld een Christus getooid met het rood, geel en blauw van Mondriaan op de kaft van het boek over zijn werk. En getuige bijvoorbeeld de dubbele titels van nogal wat werken die behalve een voorstelling tevens een ''compositie'' zijn; ik noemde er al een paar. Philip en Ilena Quo kregen hun plaats in het werk ''Inspiratie of informatie - of - Ilena Quo ontmoet Philip'', 1984 - 1998, het memenveld duikt op in een reeks van andere werken, zoals ook het morfogenetische veld. In nog weer andere werken vinden we een heel andere weerslag van de universele eenheid die alleen de geest kan brengen. Of althans vragen daaromtrent.

 

Hier gaat het om een eenheid die tegelijk zeer aards is en die voor Klomp al sinds een veertigtal jaren de belangrijkste toepassing van zijn denken is. Ze bestaat uit het leven met en in een kleine groep van gelijkgezinden, namelijk twee of drie vrouwen en van Klomp als enige man. Klomps motto ''leven = kunst'' heeft met het begrip ''leven'' ook dit leven op het oog. Het groepje van drie of vier stelde zich aan de wereld voor als de Stichting Pararealisme. Door de jaren heen waren niet altijd dezelfde vrouwen in de Stichting betrokken, wat in de eerste plaats van doen had met een sociale druk die vanuit minder spiritueel gezinde omgevingen op de leden van het groepje uitgeoefend werd. Onder andere gaat het deze om de vraag of de drie of vier individuele geestelijke aanwezigheden zich zouden kunnen verbinden tot een enkel maar dan groter en overtreffend geestelijk bewustzijn, dus mogelijkerwijs tot een psycho-kinetisch veld. Waar de paragnostische contacten met dat andere bewustzijn in het middelpunt staan gaat het de Stichting eerder om onderzoek naar wat uitnodigt tot geloof dan om het uitdragen van enig geloof.

 

Hoe steekt het allemaal in elkaar? Hoe bereiken de berichten van gene zijde ons? Hoe betrouwbaar zijn ze? Vanwaar betrekken ze hun wijsheid? Het antwoord op zulke vragen ligt voorlopig in het midden. Deze wereld is nog maar weinig onderzocht maar voor de Stchting Pararealisme loont het de moeite om dat onderzoek wel en alsnog te doen. Hetzelfde geldt voor de vragen rond de vanuit het aardse leven geschapen ''geesten'' Philip en Ilena Quo. Klomp en zijn bentgenoten wendden het bekende kruishout-en-bord ritueel van de spiritistische sfeer, dat standaard wordt gebruikt om recent overleden persoonlijkheden opnieuw aan de praat te krijgen, aan om ook op deze vragen een antwoord te vinden. Naast de weg van het kruishout-en-bord rirueel werd de paragnostische communicatie ook langs andere weg kritisch bekeken. Een lidmaatschap gedurende een achttal jaren van de Nederlandse Spiritistische Vereniging stond in dienst van dit onderzoek - De Stichting was er dus meer observator dan deelnemer.

 

Wat overigens de reden was waarom het groepje uiteindelijk als lidmaten van de vereniging werd geëxcommuniceerd.

Behalve naar de gewone wereld kijkt Klomp dus ook naar het transcendente fenomeen; hoewel ook in deze richting met de blik van een onderzoeker. De tweevoudigheid maakt het verschil uit met de benaderingen van een Nederlandse kunstenares die hem de laatste tijd vanwege de aard van een inhoudelijkheid interesseert. Het is Nicoline van Harskamp, winnares van de Prix de Rome van 2009. Van Harskamp onderzoekt de werking van sociale fenomenen van meer of minder collectieve aard, zoals de werking van een consensusdemocratie in libertaire communes of de onbedoelde overeenkomsten in de memoires van politieke leiders van uiteenlopende signatuur. Het onderzoek deed haar veel verschillende vormgevingen ontdekken aan inhouden van verrassende overeenkomstigheid. De manier waarop zij dat resultaat verwerkte, in video''s en films met een collageopbouw van zowel tekst als beeld, wil een gemeenschappelijkheid van denkwijzen blootleggen die voor de betrokken personen zelf nog verborgen was.

 

En daarmee iets wat Klomp kan duiden als een memenveld, of zelfs als een morfogenetisch veld. Zij zelf noemt dat het collectieve brein. Het feit dat juist Van Harskamp de Prix de Rome won, en dat op grond van een beoordeling die de inhoudelijkheid meer dan de vormen van haar werk prees en die daarbij sprak van ''een bijna waarneembaar veld van morfogenetische resonantie'' doet hem deugd. Het gebeuren bewijst hem dat de periode van het post-modernisme die vanuit Klomps eigen zicht een periode van inhoudelijke leegte was, nu werkelijk ten einde loopt en plaats maakt voor een kunst die juist wel iets te melden heeft. En dan ook nog iets waarmee hij zich vanuit zijn verte verwant kan voelen. Met de inhoud van zijn eigen werk staat hij in de kunstwereld dus minder alleeen dan hij stond, zelfs kan hij zich een voortrekker noemen van wat pas nu de actualiteit bereikt. De voortrekker van een kunst van de inspiratie, hoewel minder van de overgave daaraan dan van een onderzoek naar de werking ervan.

 

Maar intussen is er ook nog dat verschil met, nog los van het wel of niet in de prijzen vallen. De onderzoekingen van Nicoline van Harskamp beperken zich tot het horizontale vlak, ook al raakt dat vlak aan minder aanraakbare gegevens als het memenveld. Voor het eigen werk vond Klomp dat nooit genoeg. Voor zulke beperking is zijn adres nu eenmaal te goed bekend bij het universele bewustzijn dat hem zijn voorspellende beelden zendt. Zijn onderzoek gaat inderdaad in twee richtingen: de horizontale richting van het hier en nu en de verticale richting, die rechtstreeks op het transcendente fenomeen is gericht. Het laatste onderzoek verschaft hem tegelijk ook een perspectief doorheen de tijd - een zicht op die Big Bang die nog komen gaat, al is het moment nog ver weg en al zal ook Klomp het niet meer kunnen meemaken.


Die laatste beperking treft ook mezelf. Moet ze me verdrieten? Voorlopig houdt het perspectief me niet uit de slaap. En wat Klomp betreft: deze is ook nog kunstenaar. En voor de kunst gaat nu en dan de regel op, dat de weg naar een ideaal meer spanning en avontuur oplevert, dus meer vrucht voor de kunst, dan het ideaal zelf wanneer dat eenmaal is bereikt. Mondriaan - en hij was niet de enige - verwachtte van een dergelijk eindpunt zelfs een einde voor de kunst. Wat ik vanaf mijn zijlijn niet kan voorzien is hoe dat met het werk van Klomp zou gaan, mocht die Big Bang ons al de andere week verrassen. Maar helemaal gerust stemt het perspectief mij niet. Anderzijds wil ik om een toekomst voor dit werk ook zonder Big Bang wel een paar stuivers verwedden. Voorlopig bevalt me hier dus de zekerheid - van een onzekerheid die tenminste de zekerheid van een inspiratie belooft.