phoca thumb l 23 75 klomp lab

Beeld l’Homme Transcendent

RUDY KLOMP

 

In de natuurwetenschappen zijn twee houdingen mogelijk. Uitgaande van objectieve waarnemingen komt Newton tot absolute wetten die gebaseerd zijn op absolute grootheden. Experiment en experimentator zijn gescheiden. Begin deze eeuw moest Einstein tot de conclusie komen dat objectieve waarneming principieel onmogelijk is. De uitkomst van het experiment bleek afhankelijk van de experimentator.

 

De klassieke mechanica die Newton opstelde staat voor het oude wereldbeeld waarin alles bepaald wordt door vaststaande zekerheden. Er bestaan vaste wetten en ook vaste waarden. Er bestaat een stricte scheiding tussen goed en fout en tussen goed en kwaad. De moderne natuurkunde van Einstein bepaalt het nieuwe wereldbeeld dat in het teken staat van de relativiteit. Goed en fout zijn niet meer op vaste funderingen gebaseerd en vloeien daardoor net als goed en kwaad in elkaar over.

 

In de schilderkunst van het oude wereldbeeld treden de tegenstellingen objectief en subjectief geradicaliseerd aan de dag. Het impressionisme gaat uit van de objectieve waarneming en noteert visuele impressies. Het pointillisme gaat uit van wetenschappelijke kleur- en compositietheorieën. Begin twintigste eeuw ontstaat in felle reactie hierop de abstracte kunst. In één keer wordt de hele waarneming overboord gezet en wordt het primaat van de ratio vervangen door die van het gevoel.

 

Zochten het impressionisme en het pointillisme steun bij de positivistische wetenschap, de abstracten zochten hartstochtelijk aansluiting bij alles wat het gevoel kon bevestigen, activeren en stimuleren. Dit betekende veel aandacht voor spiritisme, theosofie en occulte wetenschappen.

 

Beide uiterste houdingen stonden nog in het teken van het oude wereldbeeld. De avantgardes formuleerden hun manifesten in absoluut gedachte grootheden. Zij deden voorspellingen en formuleerden utopieën in het besef dat tijd, gezien als een lineaire ontwikkeling, tot de standaard uitrusting van de mens behoort. Werd het Newtoniaanse wereldbeeld gekenmerkt door de tegenstelling objectivisme-subjectivisme, nu, onder het gesternte van het nieuwe wereldbeeld van Einstein dringt zich in de jaren tachtig een totaal ander beeld op: dat van het relativisme tegenover het synthetisme.

 

De relativisten breken, geheel in de geest van het nieuwe wereldbeeld radicaal met de vooruitgangsgedachte en alle ethische beginselen. Elke referentie vanuit een vast punt is doorzien als een theoretische constructie, het negentiende eeuwse denken wordt ontmaskerd. De mens kan niet anders bestaan dan beroofd van alle zekerheden, totaal teruggeworpen op zichzelf. Het enige dat nog te doen staat is, het échec beseffend, proberen te genieten van dat wat overblijft, het spel. Woorden die hierbij passen zijn spel, strategie, deconstructie, enscenering, simulatie, ironie. De kracht van dit relativisme is ook haar zwakte: eenmaal bevrijd van alle referenties kan er niets voor in de plaats gesteld worden zonder de conceptie zelf, het uitgangspunt, overboord te gooien. Anders gezegd: het gaat om de vorm, elke inhoud moet ontkend worden.


De synthetisten proberen een verbintenis tot stand te brengen tussen enerzijds de moderne natuurkunde en anderzijds esotherische gebieden als mystiek, alchemie en spiritisme. Deze groep komt nog het meest overeen met de oude subjectivisten. Het uiteindelijke doel is de eenheid te herstellen tussen de mens en zijn omgeving. Woorden die hierop van toepassing zijn: intuïtie, geheel, doel, zin, gevoel. Het gaat om de inhoud, het doel wordt in de vorm uitgedrukt. Zo leggen aanhangers van de nieuwe natuurkunde verbanden tussen de quantummechanica en oosterse filosofieën (Capra) of tussen quantummechanica en paranormale verschijnselen (Bentov).

 

Vertaald naar de hedendaagse kunst zou men kunnen stellen dat in het werk van kunstenaars als Henk Tas, Jiri Dokoupil, Rob Scholte en Reinier Lucassen voldoende elementen aanwezig zijn of waren om hen met de relativisten in verband te brengen. Er bestaat echter ook nog een grote overgangsgroep van kunstenaars die uitgaande van vormexperimenten inhouden willen creëren (!) . Nauwverwante theoretici verdedigen het open kunstwerk waarvan de eventuele inhoud (door hen zelf er niet ingestopt) door de toeschouwer bepaald moet worden. Twee kunstenaars waaraan in dit geval gedacht kan worden zijn bijvoorbeeld René Daniels en Marcel Broodthaers (zie elders in dit nummer). Deze twee groepen hebben gemeen dat er geen oplossingen voorhanden zijn en er geen doel in het zicht gesteld wordt; hooguit wordt een positie ingenomen of geprobeerd vanuit de vorm tot een inhoud te komen.

 

Deze groepen zijn radicaal te onderscheiden van de synthetisten die doel en zingeving hoog in het vaandel dragen. Nu komt de kunstenaar waar het in dit artikel om gaat en waarvoor alle voorgaande regels als voorbereiding golden: Rudi Klomp. Hij probeert de inzichten van de quantummechanica in overeenstemming te brengen met het spiritisme en daar een uitdrukking voor te vinden in de schilderkunst. Zijn positie is te vergelijken met die van Malevich die aan het begin van deze eeuw de voorstelling afschafte (net als anderen). Het grote verschil is echter gelegen in de verschuiving van het wereldbeeld ná Malevich. Klomp kan nu uitgaan van een wereld waarin heden, verleden en toekomst samenvallen, een wereld die de tweedimensionale wereld impliceerd. In deze nieuwe wereld is de bron gelegen die de zin geeft aan het leven en die gelegen is in het bestaan van een overkoepelende wereld. Binnen de schilderkunst verschaft hem dit een positie waarin de hele schilderkunst opnieuw overdacht kan worden.


Van jongs af aan was Klomp bezig om psychische tegenstellingen tot een eenheid te brengen. Hij bedoeld hiermee dat hij aardse tegenstellingen - gebonden als zij zijn aan het lokaal realisme - wil opheffen in een transcendente werkelijkheid. Deze drang gaat bij hem vaak gepaard met paranormale ervaringen. Het proces van het bewust worden hiervan viel samen met zijn opleiding aan de kunstacademie in Enschede. Gesprekken met leraren als Lucassen en Freymuth binnen de academie en contacten met Theo Wolvecamp daarbuiten hielpen hem op weg hier een schilderkunstige vorm voor de vinden. Met name in het relativerende karakter van het werk van Lucassen in die tijd (begin jaren zeventig) vond hij herkenning. Tegelijkertijd kon hij binnen de spiritistische vereniging Harmonia zijn helderziende gaven ontwikkelen. Het spiritisme vatte hij echter al spoedig niet meer op vanuit het traditionele lineaire tijdsidee. Het contact dat tijdens séances ontstaat interpreteerde hij als de uitdrukking van een gemeenschappelijke energie van de personen die aan de seance meedoen. Via de seance komt de groep in contact met het gebied van de handzaam geworden tijd, het tijdsvak waarin heden, verleden en toekomst samenvallen. Vanuit deze positie wil Klomp de wereld - en daarmee de schilderkunst begrijpen.
 

Deze positie vraagt om een nieuwe terminologie. In de eerste plaats van de oude dualiteit materie - geest, die aan de tweedimensionale opvatting van de tijd gebonden is, stelt Klomp vanuit het tijdsvlak een drie-eenheid. Deze bestaat uit Geest, Psychische Abstractie en Zuivere Energie. De geest, het ongevormde, moet als het alomvattende worden opgevat, maar tegelijkertijd vormt het de verbinding tussen de zuivere energie en de psychische abstractie. Dit gebeurt tunnelend als tussen golf en deeltje. De psychische abstractie het gevormde houdt het leven in dat ook na de dood blijft voortbestaan. Het drukt zich door middel van zuivere energie uit in manifestaties in de tweedimensionale wereld. Zuivere energie, het vormloze moet opgevat worden als materie van de geest. Deze drie te samen vormen concrete abstractie die alles inhoudt. De concrete abstractie is geen fenomeen, je kunt je er niet buiten plaatsen, het heeft alle fenomenen in zich.

 

Termen als concrete abstractie, zuivere energie en psychische abstractie komen vaak voor in de titels van Klomps schilderijen. Ook hier probeert hij alle fenomenen te omvatten en tot een synthese te brengen. Sinds 1975, het jaar waarin Veertien dagen Amsterdam of Abstract Naïef Kijken ontstond, heeft Klomp dit op verschillende manieren proberen te bereiken. Aanvankelijk gebeurde dat door abstracte elementen binnen een schilderij samen te brengen met naturalistische. Daarna, vanaf 1978, met abstracte composities die refereerden aan De Stijl. Rond 1980 ontstaat een vrijheid van handelen die ieder nieuw werk volledig kan doen verschillen van elk vorige. Belangrijke kenmerken zijn de geconcentreerde, hechte structuur waarin alle elementen uit de abstracte schilderkunst hun plaats vinden. Binnen één werk kunnen totaal verschillende schilderwijzen ontstaan en tegelijkertijd constructivistische composities opgelost worden en complexe kleurenrelaties tot stand komen.

 

Oplossingen die niet vanuit de vorm gezocht worden maar vanuit de inhoud, vanuit de vastberadenheid om vanuit de bron te werken.

 

Klomps beeldende bijdrage is een in zwart-wit opgenomen driedimensionaal werk dat alle onderdelen van zijn theorie weerspiegelen, zowel formeel als op symbolisch niveau.

 

Titel: 'Psychische Abstractie of Compositie' Planchette 1983

GERT MEIJERINK September 1986 

Gepubliceerd in BEELD, tijdschrift voor kunst, kunsttheorie en kunstgeschiedenis Jaargang 2 nr 2
Gelieerd aan het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam

 

BEELD De aarde is een manphoca thumb l 15 13 klomp lab

RUDY KLOMP

Het simultane beleven van heden en toekomst is een verwarrende aangelegenheid. Het is een rijdend voertuig waaruit slechts een deel even uitstapt, terwijl het andere deel al weer verder is. Eigenlijk is het steeds bezig zijn om weer aansluiting te vinden. Het wordt nog verwarrender als ook het verleden haar rol meespeelt - het is gecompliceerd en energierovend.
Als schilder heb ik uitvoerige dialogen met Mondriaan en Malevich gevoerd. Hun taal was voor mij mede het uitgangspunt voor wat ik 'pararealisme' noem: uiting geven aan het besef dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen heden, verleden en toekomst. Pararealisme is het leven groter voelen en zien, niet alleen in tijd, maar ook in plaats.
Het zich beperken in tijd en plaats getuigt van 'lokaalrealisme'. Wij zijn lokaalrealistisch door te denken dat wij onze deuren en ramen kunnen sluiten voor atoomrampen als Tsjernobyl of voor hongersnoden als in het Midden-Oosten waar uitgehongerde mensen aan hun geestelijk leider, de mulah's vragen: mogen wij onze lijken eten?
Pararealistische gebeurtenissen zijn gebeurtenissen die zich overal gelijktijdig voordoen. Een voorbeeld daarvan is de omkering van moeder aarde in een man. We hebben de aarde verkracht en haar daarmee uiteindelijk tot man gemaakt. De aarde is een man geworden die keihard terugslaat!. Dertig jaar geleden zag ik al op zee de witte lichamen van bruinvissen om ons heen drijven als menselijke lijken.
De beelden die ik maak zijn opgebouwd uit gebruiksvoorwerpen. In de constructies die daaruit ontstaan probeer ik het lokaalrealisme te overstijgen, tot een samenstelling te komen van de wet over de dingen en van de wet tussen de dingen onderling.

GERT MEIJERINK Juni 1987

Gepubliceerd in BEELD, tijdschrift voor kunst, kunsttheorie en kunstgeschiedenis
Jaargang 3 nr 1
Gelieerd aan het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam

 
BEELD l'Homme Transcendent of gedachte en omgeving zijn één

RUDY KLOMP

 

We leven in een wereld van verzakelijking waarin het individuele tot een formele abstractie geworden is. Het denken hierover mist een transcendente samenhang. Het zakelijk geworden bewustzijn mist het spirituele. Toekomst als geloof ontbreekt. In de hedendaagse kunsttheorie komt de verzakelijking naar voren in de overmatige aandacht voor het kunstwerk als object. Hierdoor dreigen bredere samenhangen verloren te gaan. Het kunstwerk stelt de vragen in plaats van de kunstenaar.
Daarom reageer ik meer filosofisch dan theoretisch en zou ik deze problemen willen benaderen vanuit het perspectief dat het paranormale mij aangeeft.

 

Wij hebben ons verbonden tot de kleinst mogelijke groep, bestaande uit drie personen, mijzelf meegerekend. Het leven wordt daarin vertegenwoordigd in al haar gecompliceerdheid. De groep is mediamiek verbonden aan een transcendent bewustzijn en vormt als zodanig een eenheid. Deze eenheid herkent zich als individu en introduceert zich als 'l'Homme transcendent'. Zij hoopt de impasse te doorbreken waarin het niet-transcendente bewustzijn terecht is gekomen. Wij trachten zo vanuit een innerlijke noodzaak, als een transcendente mens, kunst uit leven te creëren. De mens is weer een mogelijkheid. Het heilige is zuiver geworden.

 

In periodes van verzakelijking ontwikkelt zich gespletenheid. Men ziet dan steeds weer herkenningen ontstaan in gebieden buiten de kunst zoals die in de 'Art Brut' en in de kindertekening naar voren komen. Maar ook in het werk van Mondriaan, dat meer bewustzijn biedt dan een formele lappendeken doet vermoeden. Het was bedoeld als portret van God, iets dat men zich tegenwoordig niet of nauwelijks meer realiseert. Net als de Art Brut-kunstenaars Gill, Lesage en Tripier werkte ook de schilder Kupka vanuit een mediamiek bewustzijn (= verbinding). Zij hebben echter meer gemeen dan alleen het onbewuste en het spontane van kinderuitingen. Zij beschikten over het bewust vermogen zich uit te drukken vanuit een vierdimensionaal tijdsbegrip.
 

In hun tijd en ook nu nog wordt vanuit dit bewustzijn vaak het onpersoonlijke door het individu nagestreefd om het 'heilige der heiligen' te dienen. Het individu in 'l'Homme transcendent' streeft niet naar eenheid, maar vertrekt uit eenheid, zonder het persoonlijke te verliezen. Het is als deelpersoonlijkheid bewust werkzaam in verantwoordelijkheid vanuit dat geheel. Gisteren klonk dat nog als onmogelijk door gebrekkige waarneming, maar de gespleten persoonlijkheid van gisteren is de deelpersoonlijkheid van nu als toekomst. Actueel en potentieel. In de kunst wordt dat zichtbaar in mijn werk. Het is een poging om bewust de impasse te doorbreken, zowel in de kunst als in het leven.

 

In mijn tijd als zeeman op de wilde vaart was het samenvatten en samenstellen letterlijk aan de orde in ieder contact: "Jäg kommer may be snart zurück" (Ik kom misschien vlug terug). Dit is te herkennen als pidgintaal. Het is een hulptaal die aangewend kan worden als nog geen gemeenschappelijke taal voorhanden is. Als ordenend beginsel drukt intelligentie er zich in uit. Het lijkt op het kinderlijk vrije, maar dat kan juist misleiden omdat het proces dat tot een kindertekening voert niet, zoals vaak gedacht wordt, datgene is dat in de beeldtaal tot vrijheid leidt. Pidgin is een circulair abstract verhalend proces van een geestelijk-psychisch samenvattend en samenstellend vermogen dat evenzeer een Mondriaan, Kupka, Gill, Lesage, en een Tripier aan zich verplicht. In Mondriaans tijd werd kubisme spiritueel beleefd en nog niet formeel zoals nu. Door het samenvallen van theosofische, symbolische en kubistische opvattingen ontstond een nieuwe beeldtaal: 'Nieuwe Beelding'. Als transcendente mens of als mutant spreken wij in aanzet Pidgin: een eerste taal. Opnieuw vallen binnen de kunst de beelden samen zonder de grammatica van de kunsttheorie. Het beroep wordt opnieuw een roeping. Niet het kunstwerk, maar de kunstenaar stelt weer vragen.

 

RUDY KLOMP Januari 1988

 

Gepubliceerd in BEELD, tijdschrift voor kunst kunsttheorie en kunstgeschiedenis Jaargang 3 nr 3
Gelieerd aan het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam
Tevens catalogus voor de tentoonstelling UNIVERSALIS Beelden van de Idee
Curatoren GERT MEIJERINK en OLE BOUMAN
Arti et Amicitiae Amsterdam 9 Januari tot en met 6 Februari 1988